(opvallende wijzigingen)
Terminologie
De termen "successierecht"en "schenkingsrecht" worden vervangen door de termen "erfbelasting" en "schenkbelasting".
Vrijstellingen erfbelasting
De regeling omtrent de vrijstellingen wordt vereenvoudigd en wel in die zin dat de vrijstellingen altijd gelden, ongeacht de hoogte van hetgeen verkregen wordt.
De zogenaamde drempelvrijstellingen van vóór de wetswijziging verdwijnen hiermee.
De volgende vrijstellingen zullen met ingang van 2010 gelden:
- voor de partner (zie hierna): € 600.000,00;
- voor kinderen en kleinkinderen: € 19.000,00;
- voor invalide/zieke kinderen (onder voorwaarden): € 57.000,00;
- ouders: € 45.000,00;
- overige verkrijgers: € 2.000,00.
Vrijstellingen schenkbelasting
De gebruikelijke (jaarlijkse en eenmalig verhoogde) vrijstellingen ouders-kinderen blijven gehandhaafd. Voor 2010 is het bedrag van de jaarlijkse vrijstelling vastgesteld op € 5.000,00 en het bedrag van de eenmalig verhoogde vrijstelling op € 24.000,00.
De nieuwe Successiewet kent een extra schenkingsvrijstelling. Een kind dat een eigen woning aankoopt of een studie of beroepsopleiding volgt en daarvoor aanzienlijk meer dan de gebruikelijke kosten maakt, kan van zijn ouders een bedrag geschonken krijgen van € 50.000,00. Aan deze vrijstelling zullen bij ministeriële regeling nadere voorwaarden worden gesteld.
Heeft een kind vóór 2010 de eenmalig verhoogde schenking reeds van zijn ouders ontvangen dan kunnen zij nog een extra schenking doen van € 26.000,00, mits dit bedrag gebruikt wordt voor de aankoop van een eigen woning.
Het partnerbegrip
Partner in de zin van de Successiewet kunnen slechts zijn echtgenoten, geregistreerde partners of ongehuwde samenwoners. Iedere persoon kan slechts één partner hebben. Echtgenoten en geregistreerd partners hebben geen keuze; zij zijn steeds elkaars partner.
Ongehuwde samenwoners zijn slechts partner, indien zij:
- meerderjarig zijn;
- geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn (een uitzondering hierop is de bloedverwant die mantelzorger is en hiervoor een uitkering geniet op grond van de wet Maatschappelijke ondersteuning. Alleen de combinatie één ouder één kind komt hiervoor in aanmerking);
- volgens de gemeentelijke basisadministratie een gemeenschappelijke huishouding op hetzelfde adres voeren;
- een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten, met daarin een wederzijdse zorgplicht.
Aan al deze voorwaarden dient gedurende een zekere termijn te zijn voldaan. Deze termijn bedraagt bij overlijden minimaal zes maanden en bij schenking minimaal twee jaar.
Het vereiste van het notarieel samenlevingscontract geldt vanaf 1 januari 2012. De voor deze datum afgesloten samenlevingscontracten worden geacht te voldoen aan de termijn van zes maanden.
De eis van een notarieel samenlevingscontract geldt niet voor die ongehuwde samenwoners, die na hun 18e levensjaar vijf jaar of langer samenleven op hetzelfde woonadres. Deze categorie samenwoners bestaat reeds in de huidige Successiewet en is via een amendement (weer) in de nieuwe wet opgenomen.
Laagrentende of renteloze direct opeisbare lening
Het komt wel voor dat ouders hun kinderen geld lenen, zonder dat zij daarvoor een rentevergoeding vragen (of een rente die lager is dan een marktconforme rente).
Situatie nu:
Het kind dat niet verplicht is rente te betalen, geniet in feite een voordeel, waarover schenkingsrecht zou kunnen worden berekend. De rechter heeft evenwel uitgemaakt dat wanneer schriftelijk is vastgelegd dat de lening direct opeisbaar is, er geen sprake is van een belastbare schenking. Als nadere eis wordt nog gesteld dat het kind op het moment van opeisen van de lening ook écht kan betalen (desnoods met bij een bank geleend geld).
Situatie na wetswijziging:
In de nieuwe Successiewet is hiervoor de volgende regeling opgenomen. Indien over het uitgeleende bedrag geen rente of een rente lager dan zes procent wordt bedongen dan wordt het kind geacht (van dag tot dag) een vruchtgebruik te genieten. Dit vruchtgebruik wordt gezien als schenking, waarover schenkbelasting is verschuldig. Een eventuele directe opeisbaarheid voorkomt het ontstaan van dit vruchtgebruik niet meer.
De herroepelijke schenking
Situatie nu:
De schenker houdt zich hierbij het recht voor een schenking weer ongedaan te maken. Een voorbeeld hiervan is de ouder die een pakket aandelen aan het kind schenkt. Na ontvangst van de dividenduitkering door het kind, herroept de ouder de schenking. Het gevolg daarvan is dat de ouder het aandelenpakket weer terugkrijgt en het kind het schenkingsrecht kan terugvorderen.
Situatie na wetswijziging:
In de nieuwe Successiewet vindt, ingeval van herroeping van de schenking, nog steeds teruggave van de schenkbelasting plaats, maar die wordt verminderd met de belasting over het tussentijds door het kind genoten voordeel.
Koop met uitgestelde levering
Situatie nu:
Hiervan is sprake als de ouder de woning verkoopt aan het kind, maar de levering uitgesteld wordt tot na het overlijden van de ouder. De woning zal in de tussentijd veelal in waarde zijn gestegen; de levering vindt dan desalniettemin toch plaats tegen de afgesproken (veelal lagere) koopsom. Het gevolg is dat de waardestijging onbelast bij het kind terecht komt.
Situatie na wetswijziging:
In de nieuwe Successiewet wordt erfbelasting geheven over de hogere waarde ten tijde van het overlijden. De eerder overeengekomen koopsom (vermeerderd met een jaarlijkse, enkelvoudige rente van 6%) kan van deze waarde worden afgetrokken.
Algemeen nut beogende instellingen (ANBI)
Een als zodanig aangemerkte organisatie komt in aanmerking voor diverse fiscale faciliteiten, zoals onder meer:
- een ontvangen gift of erfenis is geheel vrijgesteld van erf- en schenkbelasting;
- giften gedaan door een ANBI zijn van schenkingsrecht vrijgesteld.
Om in aanmerking te komen voor de zogeheten "ANBI status" gelden onder vigeur van de huidige Successiewet een aantal voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat de organisatie voor 50% of meer het algemeen belang dient.
In de nieuwe Successiewet wordt deze eis aangescherpt tot 90%. Dat heeft tot gevolg dat organisaties vanaf 1 januari 2010 niet meer als ANBI aangemerkt worden, indien zij voor minder dan 90% het algemeen nut dienen.
Alle instellingen dienen zich dan ook opnieuw te laten registreren.
Sociaal Belang Behartigende Instellingen (SBBI)
Deze categorie organisaties, die zowel een particulier- als een sociaal belang dienen, zijn door de staatssecretaris geïntroduceerd. Als voorbeelden worden door hem onder meer genoemd: niet-commerciële dorpshuizen, muziekkorpsen, amateurtoneelverenigingen, zangkoren, studenten- en studieverenigingen, jeugdgroepen, hobbyclubs.
Een organisatie die als SBBI kan worden aangemerkt, behartigt - hetgeen ook blijkt uit de hiervoor vermelde voorbeelden - een particulier belang, waaraan maatschappelijk gezien een grote waarde wordt toegekend. De regelgeving als wel de feitelijke werkzaamheden van de instelling zijn doorslaggevend om als SBBI te kunnen gelden.
Uit de gegeven voorbeelden blijkt ook dat dit soort organisaties primair het privébelang van hun leden behartigen.
De staatssecretaris heeft niet bepaald in welke mate de SBBI het sociaal belang dient te behartigen. De verkrijging dient voor 100% voor de behartiging te worden aangewend.
Bedrijfsopvolgingsregeling
De regeling van deze faciliteit wordt in de nieuwe Successiewet aanzienlijk verruimd en komt in het kort op het volgende neer.
Voor ondernemingsvermogen met een waarde tot € 1.000.000,00 geldt een voorwaardelijke vrijstelling van 100%. Bedraagt het ondernemingsvermogen meer dan € 1.000.000,00 dan geldt voor het meerdere een vrijstellingspercentage van 83%; over de resterende waarde van de onderneming (17%) kan 10 jaar uitstel van betaling worden verleend. Er wordt dan een conserverende aanslag opgelegd, waarover rente dient te worden betaald.
Met ingang van 1 januari 2010 kan ook bij schenking van ondernemingsvermogen altijd een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit worden gedaan. Onder de huidige regeling is schenking alleen mogelijk indien de schenker 55 jaar of ouder is of voor 45% of meer arbeidsongeschikt is.
Het ondernemingsvermogen wordt gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer (met inbegrip van de voor overdracht vatbare goodwill) en wel op het tijdstip van de schenking of overlijden. Voor ondernemingen leidt dat veelal tot de going-concernwaarde of de liquidatiewaarde indien deze laatste hoger zou zijn.
Er gelden wel voorwaarden:
zo dient de verkrijger de onderneming minstens 5 jaar voort te zetten,
de vrijstelling van 100% dan wel 83% wordt dan onvoorwaardelijk.
Beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit is mogelijk indien sprake is van:
- ondernemingsvermogen;
- medegerechtigdheid (de erflater of schenker is bijvoorbeeld stille vennoot in een commanditaire vennootschap);
- aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren, mits de erflater/schenker 5% of meer van de aandelen houdt;
- onroerende zaken die vallen onder de terbeschikkingstellingsregeling.
< Terug
vertrouwen binnen handbereik
Actueel
Er zijn regelmatig nieuwsberichten of publicaties op het gebied van notarieel recht. Actus Notarissen houdt u op de hoogte.
Heeft u vragen over de nieuwsitems, neem dan contact met ons op.



